Momentum in gelijk gesteld door Rechtbank Rotterdam, vertrouwen in herstel door AFM.

De meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam velt oordeel in beroep Momentum Global Ventures en MEFI tegen de AFM in Whc-herzieningszaak: “Weigering herziening last- en publicatiebesluit [door AFM] is evident onredelijk”

Achtergrond

Op 15 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam tussenuitspraak gedaan in het beroep van Momentum Global Ventures en MEFI tegen het besluit van de AFM om ondanks de beschikking van de Ondernemingskamer van 10 augustus 2023 niet tot herziening van het Whc last- en publicatiebesluit van 7 december 2020 over te gaan.

Rechtbank Rotterdam heeft beoordeeld of het last- en publicatiebesluit onmiskenbaar onjuist is en de weigering van de AFM tot herziening daarom evident onredelijk

(Citaat uit rechtsoverweging 10 in het vonnis, onderstreping toegevoegd)

“Uit rechtspraak van bestuursrechters blijkt dat de weigering van een bestuursorgaan om van een eerder besluit terug te komen evident onredelijk is als uit een oppervlakkige inhoudelijke beoordeling of minimaal onderzoek blijkt dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is…”

Oordeel Rechtbank Rotterdam: last- en publicatiebesluit is grotendeels gebaseerd op een onjuist gebleken standpunt van de AFM; weigering AFM tot herziening is evident onredelijk

(Citaat uit rechtsoverweging 11 in het vonnis, onderstreping toegevoegd)

“De rechtbank oordeelt als volgt. In de beschikking neemt de Ondernemingskamer een ander standpunt in dan de AFM over een cruciaal onderdeel van de overtredingen waarop het last- en publicatiebesluit hoofdzakelijk is gebaseerd. […] Uit de beschikking van de Ondernemingskamer blijkt dat zij zich bij het wijzen van deze beschikking ten volle bewust was van het feit dat de rechtbank en het CBb eerder anders hadden geoordeeld over de kwalificatie van deze belangen. Het oordeel van de Ondernemingskamer kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat de Braziliaanse belangen ook in de periode waarover het last- en publicatiebesluit gaat (de jaarrekeningen 2017 en 2018), als participaties moeten worden aangemerkt. […] Dit betekent dat de in het last- en publicatiebesluit vastgestelde overtredingen, voor zover die zijn gebaseerd op de kwalificatie van de Braziliaanse belangen als deelnemingen in plaats van participaties, geen stand kunnen houden. Onder deze omstandigheden is de weigering van de AFM om van het last- en publicatiebesluit terug te komen evident onredelijk.”

(Citaat uit rechtsoverweging 16 in het vonnis, onderstreping toegevoegd)

“De rechtbank is van oordeel dat de beschikking van de Ondernemingskamer geen andere conclusie toelaat dan dat de waardering van de Braziliaanse belangen in de jaarrekeningen 2017 en 2018 van eiseres 2 juist is. Omdat het last- en publicatiebesluit grotendeels zijn gebaseerd op het onjuist gebleken standpunt van de AFM over de kwalificatie en waardering van die belangen, heeft de AFM niet in redelijkheid kunnen weigeren het herzieningsverzoek inhoudelijk te beoordelen en het last- en publicatiebesluit te herzien. Dit betekent dat er een gebrek aan het bestreden besluit I kleeft. De rechtbank zal de AFM de gelegenheid bieden om dit gebrek te herstellen […].

AFM persbericht van destijds moet worden aangepast of verwijderd

(Citaat uit rechtsoverweging 17 in het vonnis, onderstreping toegevoegd)

“Het verwijderingsverzoek van eiseressen ziet op het verwijderen van het persbericht van de website van de AFM waarmee het lastbesluit openbaar is gemaakt. Het herstel van het gebrek in het bestreden besluit I heeft directe gevolgen voor dat persbericht, omdat dat herstel ertoe zal moeten leiden dat het persbericht wordt aangepast of verwijderd. Daarmee zou alsnog aan het verwijderingsverzoek van eiseressen tegemoet worden gekomen.”

Rechtbank stelt AFM nu in de gelegenheid om zelf tot herstel over te gaan

(Citaat uit rechtsoverweging 18.1 in het vonnis, onderstreping toegevoegd)

“Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om de AFM in de gelegenheid te stellen het gebrek in de bestreden besluiten I en II te herstellen. […]”

Momentum Global Ventures vertrouwt er op dat de AFM gehoor zal geven aan de uitspraak van de rechtbank en tot herstel zal overgaan.

===

Uitspraak Rechtbank Rotterdam 15 januari 2026 – Tussenuitspraak; weigering herziening last- en publicatiebesluit door AFM is evident onredelijk:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:185&showbutton=true&idx=1

Uitspraak Ondernemingskamer 10 augustus 2023 – OK; jaarrekeningprocedure;  waardering als participaties tegen actuele waarde:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:1971&showbutton=true&keyword=200.324.554%252f01%2BOK&idx=1

Vorige Volgende
Momentum

Interview MT/Sprout: Water wordt schaarser – en dus waardevoller: investeren met impact in een onzichtbare groeimarkt

Perpetual Next hoofdkantoor, Kraanspoor, Amsterdam
Perpetual Next

Momentum Global Ventures rondt Series B-investering in Perpetual Next af tot €200 miljoen

Perpetual Next

Nederlandse voedselafvalverwerker en biogasproducent OMR Moerdijk overgenomen door private markets-manager CVC DIF

SunLED SunBooster TIME Magazine
SunLED

SunLED’s SunBooster in TIME’s Best Inventions 2025